|
In 2007 kregen we bevestiging ivm het ontstaan van Iverto. Van de doopmeester 2007-2008 van STI (onze Franstalige tegenhanger) kregen we een stuk tekst toegestuurd waarin onze gezamenlijke geschiedenis in een subjectief relaas stond neergeschreven. De originele tekst is hier te vinden en werd vertaald door Laurent Cornil (Vice-Praeses 2008-2009)
In 1960 wordt de technische staatshogeschool (school voor vrouwelijke secretaresseopleiding, van korte cyclus) geboren uit een school voor kinésitherapie. De talenafdeling van deze school wordt gespecialiseerd en uitgebreid naar een sectie voor vertalers en tolken die gemengd en tweetalig is. De studiecyclus van de (toekomstige) vertalers en tolken wordt vastgelegd op 4 jaar. Het is in deze scharnierperiode dat ik er mijn eerste stappen zet, snakkend naar studies en Fuiven (Ja, ja, deze kunnen effectief samengaan!)
Op initiatief van de studenten van de Nederlandstalige afdeling, ontwikkelt er zich een studentenkring met de naam IVERTO (afkorting voor “Instituut voor Vertalers en Tolken”). Vanaf het begin staat de kring open voor de Franstaligen en de statuten die in mijn tijd golden vermelden dat, om het evenwicht te bewaren, de Vice-praeses nooit van de zelfde landstaal mocht zijn als de Praeses. IVERTO kiest voor de kleuren wit-blauw-geel (wit en blauw voor de verenigde naties, blauw en geel voor de Europese unie). De klak, die geïnspireerd en gekopieerd is van de ULB klak, draagt een driehoek(!) met de letters STI (School for Translators & Interpreters). Enkel de praeses – en dit enkel op zeldzame gebeurtenissen – draagt een lint met de kleuren van de kring. De dopen zijn “braaf”: verf en tondeuse worden zelden gebruikt.
Vanaf oktober 1963 neem ik enthousiast deel aan de activiteiten van de kring, die hoofdzakelijk recreatief zijn. Aan het begin van het academiejaar 1964 – 1965 heb ik een goede plaats in het doopcomité en in maart 1965 word ik aangesteld als “schachtenmeester” en “zedenmeester”!
In oktober 1965 ontmoet Rudolf Remy, onze vertegenwoordiger bij MUBEF (Mouvement des universitaires belges d’expression française), de vertegenwoordiger van ICHEC (Universitaire opleidingen Management, Handelsingenieur en Licenciaat handelswetenschappen in Woluwe) die hem zegt: “onze doop vindt volgende week dinsdag plaats: stuur eens een delegatie”. Wanneer ik hiervan hoor wil ik meteen meegaan en ben ik heel blij over deze opening op de wereld van fuiven en feesten. We leefden immers in een gesloten circuit met weinig of geen contact met de andere hogescholen, laat staan met de universiteiten.
Op de dag in kwestie trok ik naar de achterzaal van de « Taverne de la Bascule ». Ik droeg een jeans en een oude pull en viel wat uit de boot. Inderdaad, Mevr De Henau, de “old school” directrice, verplicht het dragen van een vestje en een das voor de jongens en aan de jonge dames werd gevraagd om niet naar de lessen te komen in een lange broek. Ik sloeg erin, maar niet zonder moeite, om Jean-Pierre Schyns en Raymond Verboomen (praeses van IVERTO) aan hun drukke bezigheden te onttrekken en weg waren we, onderweg naar de doop…
Verlegen en gekunsteld, twijfelend om onze klak op te zetten bij al die kaloten, verbaasden mijn twee kompanen iedereen met hun “bourgeois” tenue. We bleven op een afstand. Een lid van het praesidium nodigde ons uit om op de eerste rij te gaan zitten, bij de andere delegaties die togas, linten en “vleks”(medailles) droegen. Raymond herkent er een oude schoolkameraad: Eddy Delahaye, die mijn peter zou worden bij ASMO (Academicus Sancti Michaëlis Ordo). Wanneer de Doopmeester aankondigd dat “De volgende schacht wordt geschonken aan de STI delegatie”, doen Jean-Pierre en Raymond hun vestje uit, leggen ze het netjes op hun stoel, en treden we de arena binnen.
Voor mij was dit de dag van de révélatie. Hoe kunnen klakken nu feesten samen met kaloten, waarom worden er gekleurde toga’s in verschillende modellen gedragen in plaats van smerige labojassen!?
Ik begin dus duchtig de doop voor te bereiden en nodigde natuurlijk vertegenwoordigers uit van UDECHEC (Union des étudiants de l’ICHEC) en van de delegaties (allemaal katholiek) waarmee we hebben gesympathiseerd. Voor de eerste keer zouden we uitvoerig gebruik maken van verf en van andere middelen die tot dan taboe waren op het instituut voor vertalers en tolken. Voor de eerste keer vroegen we aan de schachten om een badpak te dragen en zich door het slijk te rollen!
Raymond Verboomen, praeses van IVERTO, was zijn lint kwijtgeraakt bij een iets te zatte avond en ik heb dan maar zo vlug mogelijk linten laten maken in de kleuren van de club voor alle leden van het praesidium. Voor mezelf heb ik met een oude kiel een soort mini toga geïmproviseerd. Er kwam heel wat volk af op de doop: Er moesten zelfs enkele individuen worden gekalmeerd – allemaal mannen – die opgewonden werden door het zicht van de schachtinnen in bikini! Het was dus een groot succes.
Ik was gefascineerd door de “verenigingen met kleuren”, waarvan ik enkele dagen daarvoor nog niets afwist, en ik liet me op 13 november 1965 dopen bij « l’Ordre Académique de Saint-Michel », samen met Hubert Toubeau (hij was schachtenkoning/bierkoning bij IVERTO en ik Schachtentemmer !)
In het academiejaar 1965-1966 is er een « splitsing » sfeer binnen het hoger onderwijs en de Vlamingen van IVERTO voelen zich ondervertegenwoordigd (er bleef maar één Vlaams lid meer over) en scheiden zich af. Zij stichten: “Vlaamse Club IVERTO”, gebruiken de kleuren zwart, geel en blauw (de Verenigde Naties maken plaats voor de Volksunie) en hernemen voor het grootste deel de statuten van het oude, unitaire IVERTO. De administratieve afscheiding vindt plaats in 1968.
Na deze gebeurtenissen, beslissen we om de ontbinding van IVERTO onder ogen te zien en de voorlopige naam STI aan te nemen die al op onze klakken staat geschreven. We hernemen de statuten van wijlen IVERTO en we passen ze aan, aan de nieuwe omstandigheden.
|
Write a comment